jaarthema
oefenruimte voor evenwicht
Henny Dijkstra
Voorzitter Centrum voor Zelfbezinning
In september vorig jaar overleed mijn moeder. Ze zou 92 zijn geworden in december. We verkochten ons ouderlijk huis. Er is een (lang) hoofdstuk afgesloten.
Evenwicht
Oefenruimte
Het huis waar ik kwam als baby. De plek van mijn allereerste evenwicht. Lopen, fietsen, schommelen. Vertrouwend op de grenzen die m’n ouders in de gaten hielden.
De plek van middelbare school en pubertijd, de overgang naar op eigen benen staan. Geen behoefte meer aan de grenzen van m’n ouders. Die wilde ik vooral zelf trekken en als het niet openlijk kon, dan maar stiekem. Want hoe dan ook .. de zoektocht ging over eigen regie oefenen, niet wetend waar ik mijn evenwicht kan ontdekken en vinden.
Uit dit huis vertrekken, niet beseffend hoe waardevol het was, dat ik een plek had waar ik naar terug kon. Niet beseffend welke oefening in evenwicht mijn achtergebleven ouders hadden.
De jaren gingen voorbij. Mijn ouders werden zelf ouder, die hoe dan ook in dit huis wilden blijven. Sterker het pas wilden verlaten ‘tussen vier planken’. De kwetsbaarheid van mijn vader. Nu voelde ik me de sterke die hij ooit voor mij was. Nu was ik aan de beurt voor oefenen met evenwicht. Hoe gaat het daar met jullie 140 kilometer verderop? Zijn ze nog in staat om de regie te voeren? Mijn vader stierf. Mijn moeder ging verder . Toen kwam corona. En met corona kwam het isolement.
Evenwicht?
Oefenruimte?
Een jaar na het overlijden van m’n vader een verdrietige oefenruimte in ons ouderlijk huis. De eerste keer dat ik naar haar toeging, het was nog niet toegestaan door de corona regels, had ze moeite om haar stem te vinden. Oefenruimte.. eindelijk weer delen met elkaar, eindelijk weer een luisterend oor, een knuffel. Ook dat gaf haar en mij weer evenwicht.
Vorig jaar werd ze dement, net dat wat ze altijd gevreesd had. Alles wat haar in evenwicht hield telefoneren, pinnen, rekenen, mooi kunnen schrijven (echt!!!), weet hebben van heb ik m’n medicatie genomen, dat geheugen, ze was het kwijt. En ze wist het. Oefenen in onmacht dat wat houvast gaf, verloren was gegaan.
Ook voor mij oefenen in onmacht. Delen van herinneringen, die alleen ik nog wist. Mooie plekjes, waar ze graag kwam, alleen ik wist waar we waren. Het evenwicht tussen ons hield ik vol door m’n best te doen, te oefenen met accepteren dit is wat ik kan doen, kan geven.
Op 16 juni vertrok ze naar een tehuis voor een diagnose.
Tot dat moment ging ze naar de gym, ze zwom, deed actief mee en ja lopen ging moeilijker.
In het tehuis geen enkele vorm van beweging. Van rollator naar rolstoel.
Evenwicht?
Oefenruimte?
Haar onmacht, haar verzet. Mijn onmacht, het besef, schuldgevoel haar niet meer die ruimte te kunnen geven die zo belangrijk voor haar was.
Midden in de nacht pakte ze haar spullen en bedankte de verzorgers voor de goede zorgen, ze ging naar huis !
En dan.. 11 september kreeg ze een plekje tussen lotgenoten. En met haar talent om opnieuw evenwicht te vinden om ook hier weer te oefenen, settelde ze zich. Ging weer lopen en sjoelde samen met anderen met maar een doel … winnen! Kort daarna overleed ze. Het was volbracht en goed zo.
6 juli een jaar later, nog een keer oefenen.. de sleutel van ons ouderlijk huis gaat naar de nieuwe bewoner. Een periode letterlijk afgesloten. Wat blijft is de herinnering aan goede en waardevolle tijden, ook dat blijkt een oefenruimte !
Willem Jan van den Brink
Secretaris Centrum voor Zelfbezinning
Hou me vast anders val ik
Er is nog ergens een foto van mij waarop ik leer fietsen. Mijn vader rent naast me, half buiten beeld. Je ziet zijn hand nog net aan het zadel. Of misschien laat hij al los – dat weet ik niet meer. Wat ik wel weet: ik roep iets in de trant van hou me vast anders val ik!
Alle begin is moeilijk. Wiebelen. Scheef hangen. Bijna omvallen. De stoeptegels komen gevaarlijk dichtbij. En toch: trappen. Kijken. Adem in. Adem uit.
Soms denk ik nog terug aan die tijd. Niet omdat ik weer wil leren fietsen, maar omdat het leven verrassend veel op die eerste meters lijkt. Vallen en opstaan – goed beschouwd nog steeds. Alleen is mijn vader tegenwoordig ingeruild voor een innerlijke dialoog die soms bemoedigend fluistert en soms genadeloos commentaar levert.
“Zie je wel,” zegt een stem, “dit wordt niks.”
“Rustig,” zegt een andere, “blijf trappen.”
De Zomer4daagse van het Centrum voor Zelfbezinning zie ik als een oefenruimte voor evenwicht. Geen circus, geen kunstje. Eerder een plek waar je mag wiebelen zonder dat iemand meteen roept dat je moet doorfietsen. Waar je leert luisteren naar die stemmen van binnen, zonder dat ze het stuur volledig overnemen.
Levenskunst, noemen we dat. Mijn binnenwereld afstemmen op mijn buitenwereld. Niet alles wat ik denk is waar. Niet alles wat ik voel is een bevel. Er is weten en niet-weten. En tussen die twee in: overgave gevraagd.
Je kunt niet echt over de rand kijken van je eigen leeftijd. Hoe het verderop zal gaan, blijft grotendeels in nevelen gehuld. Maar misschien is dat precies de bedoeling. Een balanceer-act met een beginners’ mind. Alsof je opnieuw opstapt, voeten op de pedalen, blik vooruit – niet te ver, niet te kort.
Wat ik toen niet wist, weet ik nu een beetje beter: op een gegeven moment laat iemand los. En dan fiets je. Soms schokkerig, soms verrassend soepel.
En af en toe roep ik het nog steeds, zachtjes vanbinnen: Hou me vast anders val ik.
Maar ik trap wel.
Lukas van Steveninck
Penningmeester Centrum voor Zelfbezinning
Evenwicht
Meestal een reflex.
Niet bedacht, niet gepland, gedaan omdat het aan de orde is.
Als ik gedwongen wordt over evenwicht na te denken, dan is daarvoor iets gebeurt wat mijn evenwicht verstoord heeft! Evenwicht is meer onbewust dan bewust, kent ook andere woorden, zoals veerkracht tot overlevingsmodus.
Mijn zoon was 12 jaar, misschien 13. We waren aan het wandelen in de Oostenrijkse bergen, een huttentocht.
Ik wilde die dag een dagtocht lopen en ‘s avonds weer in dezelfde hut overnachten als waar we al waren. Ik had een mooie tocht uitgezet. Via een andere hut, een klim over een kam, en dan via een noordhelling weer terug.
Overlegd met de huttenwaard, die was er niet helemaal bij met zijn hoofd, hij knikte en zei dat het een goede keuze was.
We gingen dus op pad. Een prachtige tocht, wat gegeten en gedronken in de volgende hut en toen over de kam naar boven. Ook weer overweldigend mooi! Koste wat meer tijd, was een lastiger pad dan ik had gedacht. Dus iets later dan verwacht terug naar beneden.
Over een sneeuwveld, terwijl het al ruim zomer was ! Geen tijd om terug te keren, dus op hoop van zegen naar beneden. Onder de sneeuw hoorden we het smeltende ijs stromen. De betrouwbaarheid van het ijsoppervlak was niet al te best.
Eerst hielden we op met praten, in stilte liepen we naar beneden, zo goed mogelijk kijkend waar we onze voeten konden neerzetten. Sporen van anderen, en de mate waarin die gezakt waren, waren onze gids. Er was geen veiliger keus, en het is goed afgelopen. Arthur begon weer te praten toen we op het normale pad waren. “Dat was spannend” zei hij. Ja, dat was het zeker.
Bij terugkeer stond de waard van de hut in de deuropening, met zijn verrekijker. Hij had ons gemist en zich herinnerd wat ik hem gevraagd had. Hij was heel blij dat we er waren, maakte terwijl het daarvoor eigenlijk veel te laat was warm eten voor ons en verontschuldigde zich zeer.
Ongewenste niet bedachte, niet welkome onevenwichtigheid dus die dag. Doorgaan en je verstand gebruiken en geconcentreerd blijven. Niet verdwalen in angstbeelden. Doen wat je kan/moet doen, en je kind niet belasten met jou zorgen.
Arthur is nu 46 jaar. We weten het alle twee nog heel goed. Vooral de niet uitgesproken emoties, die ook verbindend werkten, doorzettingsvermogen en voorbeeldgedrag, zoals ik me dat voornam als ouder. Als het fout was gegaan, hadden we het naar alle waarschijnlijkheid niet overleefd. Evenwicht was noodzaak.
Oefenruimte? Niet echt. Leerzaam zeer! Een recept? Nee hoor, wel een vormende ervaring. Zeker nu het goed afgelopen is, is het heel leerzaam. Als ik goed terugdenk, zijn er talloze voorbeelden die ditzelfde patroon vertonen. Daar hoort steeds bij dat het onverwachte om de reflex vraagt. Die reflex onderhoud ik door aan te gaan. Op zich bevalt dat, al plan ik dat zelden!
Ton Maas
Bestuurslid Centrum voor Zelfbezinning
Je gaat het pas zien als je het doorhebt….
‘Je gaat het pas zien als je het door hebt.’ Wijze woorden van Johan Cruijff. Tussen zien een doorhebben zitten echter soms heel wat jaren. De levensles die besloten lag in het fietsje dat ik op mijn tweede verjaardag kreeg, kreeg ik pas later in het leven echt door. In plaats van de gedroomde driewieler had mijn vader namelijk gekozen voor een tweewieler met aan weerszijden een schuin uitstekend pootje met een klein wieltje eraan. Dat die pootjes net iets te kort waren, vond ik als peuter maar niks. Je hing daardoor steeds scheef naar de ene of naar de andere kant. Jaloers keek ik dan naar Kees van de buren op z’n driewieler. Hoe slim mijn vader het had aangepakt, bleek iets later, toen Kees en ik onze minifietsjes waren ontgroeid en toe waren aan ‘het echte werk’. Want waar bij mij de overstap vrijwel ongemerkt verliep – die zijpootjes waren al eerder overbodig geworden en verwijderd – moest de vader van Kees nog heel wat uurtjes achter zoonlief aanrennen om te voorkomen dat hij zou omkukelen en zich bezeren of erger.
Het was systeemdenker Gregory Bateson die ervoor zorgde dat ik doorkreeg wat dat fietsje van weleer had betekend. Je evenwicht vinden en bewaren kun je namelijk, net als veel andere zaken in het leven, alleen leren door te oefenen. Je kunt erover lezen tot je een ons weegt, maar kennis gaat je in zo’n geval niet echt helpen. Oefenen dus. Maar wat is dat eigenlijk? Het geheim van oefenen is fouten maken. Fouten die je kunt corrigeren. De eerste stap die je zet is immers al meteen een fout die je uit balans brengt en die je vervolgens moet corrigeren met de volgende. ‘Fouten maken mag,’ zo luidt een veelgehoorde aanmoediging. Maar juister zou zijn: ‘Fouten maken moet!’ Zonder fouten maken kun je allerlei belangrijke vaardigheden immers niet leren.
Om die fouten te kunnen maken, heb je bij het oefenen uiteraard bewegingsruimte nodig, maar óók een begrenzing die voorkomt dat je brokken maakt. En precies in die combinatie schuilt de wijsheid die besloten ligt in het fietsje met de zijwieltjes. Het zorgt voor precies de benodigde hoeveelheid ongemak (onbalans) om je tot leren te prikkelen, zonder dat je kunt omvallen en je bezeren. Anders gezegd: bij zelfsturende systemen heeft gedrag altijd een onder- en een bovengrens (of een linker- en een rechtergrens), maar tussen die twee bevindt zich een onbeschreven ruimte. Je kunt iemand die wil leren fietsen, niet voorschrijven hoe hij zich in die ruimte moet bewegen, anders dan in algemene bewoordingen. Alleen al doende kan hij of zij ontdekken welke correcties precies nodig zijn.
Om een levensles als deze echt door te hebben, moet je er qua ontwikkeling aan toe zijn. Als peuter van twee was ik dat natuurlijk niet. Maar het goede nieuws is dat je iets niet hoeft door te hebben om het alvast onder de knie of in de vingers te kunnen krijgen.
Marcel Heskes
Bestuurslid Centrum voor Zelfbezinning
..
..
René van Elferen
Bestuurslid Centrum voor Zelfbezinning
Geen fysieke plek
Een oefenruimte voor evenwicht is voor mij geen fysieke plek, maar een innerlijke ruimte—een gebied waarin tegenstellingen elkaar mogen ontmoeten zonder dat één van beide direct hoeft te winnen.
Het is de plek waar rust en onrust naast elkaar bestaan, waar controle en loslaten elkaar afwisselen, en waar zekerheid niet per se het doel is, maar eerder het vermogen om met onzekerheid te blijven staan.
Evenwicht suggereert vaak iets statisch, alsof het een eindpunt is dat bereikt kan worden.
Maar in werkelijkheid is het een voortdurende beweging, een subtiel bijstellen, zoals iemand die balanceert op een dun koord.
De oefenruimte is dus niet gericht op perfectie, maar op aandacht.
Het is een uitnodiging om te voelen wanneer je overhelt—naar denken zonder voelen.
In die ruimte ontstaat mildheid. Fouten worden geen mislukkingen, maar signalen.
Twijfel wordt geen zwakte, maar een richtingaanwijzer.
Het is een plek waar je mag onderzoeken: wat heb ik nu nodig om weer in balans te komen?
Soms is dat actie, soms juist stilte.
Een oefenruimte voor evenwicht vraagt om aanwezigheid.
Niet gisteren, niet morgen, maar hier.
Want alleen in het moment zelf kun je merken waar je staat, en of je nog in verbinding bent met jezelf.
Misschien is dat uiteindelijk wat evenwicht betekent:
niet dat alles stabiel is, maar dat je leert bewegen zonder jezelf te verliezen.
